top of page
Zoeken

Op dun ijs? Samen werken aan vertrouwen

Over vertrouwen, angst en samen bewegen

Over vertrouwen, angst en samen bewegen

Ik stond met Lena, mijn dochter van negen, aan de rand van een bevroren sloot. Ze stond te trappelen. Van enthousiasme. En van spanning.


Ze wilde het ijs op. Heeeeeeel graag.


Maar tegelijk vroeg ze zich af: hoe weet ik dat het veilig is? En misschien nog wel belangrijker: kan ik papa vertrouwen, als hij zegt dat het kan? Ik heb nou eenmaal de reputatie van een vader die graag plaagt. Die zijn kinderen soms iets laat meemaken om ervan te leren, ook als dat een beetje gevaarlijk is. Niet per se de beste reputatie als het om glad ijs gaat...


Ik herkende haar twijfel meteen.

Dat dubbele gevoel: verlangen én angst. Willen bewegen, maar niet weten of het kan. En ik herkende ook iets van mezelf. Want terwijl ik sporen zag van grote schoenen op het ijs (wat mij vertrouwen gaf) voelde ik óók spanning.

Ik ben namelijk vroeger eens door het ijs gezakt. Niks ernstigs, maar dat gevoel van een heel koud nat pak zit nog in mijn lijf. Bovendien wil ik ook niet dat mijn dochter midden in een sloot door het ijs zakt.

Herkenbaar, toch? Je ziet signalen dat iets kan, maar eerdere ervaringen fluisteren iets anders.


Wat helpt dan niet?

Niet gaan zeggen: “Kom op, niet zo bang.”


Wat wél helpt: erkenning. “Ik snap dat je het spannend vindt. Ik vind het ook best spannend!”


Angst hoeft niet weg om vertrouwen te laten groeien. Het mag er gewoon zijn.

In relaties werkt dat net zo. Vertrouwen groeit niet doordat angst wordt weggewuifd, opgelost of verzacht, maar doordat die serieus wordt genomen. Door te laten zien: ik zie je, en ik begrijp je. We zijn hier samen.


We gingen samen kijken.

Ik liep het ijs op. Ging stil staan. Voelde.


Gelukkig, dacht ik opgelucht. Het ijs kraakt niet. Zij kwam giechelend, met knikkende knieën, steeds een stukje dichterbij.

Ze voelde haar angst. Ik voelde de mijne. En we spraken het niet groot uit, maar het was er wel.

Tot ze na een tijdje ineens begon te stampen. En daarna rende. En riep: “Papa, kom ook!”


Daar stond ik dan. Een vader van 44. Lachend en trots. Maar met trillende benen, denkend aan een hersenschudding of een gebroken pols. Want rennen op het ijs voelde voor mij ineens als een heel andere stap.


Lena had haar angst losgelaten.

Niet door de angst te negeren, maar doordat hij gezien was. En doordat ze zelf mocht voelen wanneer het veilig genoeg was.

Ik liet iets anders los: het idee dat ik haar moest beschermen tegen elk risico. Vertrouwen betekent ook ruimte geven.


In relaties is dat niet anders.

Vertrouwen groeit als je samen onderzoekt: wat is hier spannend? Als je erkent wat eerdere ervaringen hebben gedaan. En als je elkaar niet duwt, maar uitnodigt.


Vertrouwen ontstaat niet door zekerheid, verzachten en oplossingen, maar door samen bewegen. Door angst serieus te nemen en toch stap voor stap verder te gaan.


Wat jij kunt doen:

Sta deze week eens stil bij een moment waarop vertrouwen spannend voelt. In je relatie, op je werk, of in jezelf.


Vraag jezelf (of elkaar):

  • Wat maakt dit spannend?

  • Wat heb ik nodig om één klein stapje te zetten?

  • Kunnen we de angst samen aankijken, zonder haast?

  • En zullen we dan samen een stapje nemen?


Want vertrouwen hoeft niet in één keer. Soms is samen aan de rand van de sloot staan staan al genoeg. In mijn praktijk in Arnhem werk ik met stellen en individuen aan herstel van vertrouwen — in de relatie, en in zichzelf. Niet om te vergeten wat er gebeurde, maar om te leren dragen, voelen en bouwen aan iets dat klopt.


Werken aan jouw relatie? Plan dan nu je intake of gratis kennismakingsgesprek hier.

 
 

Contact

Email 

Follow

INfo

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Instagram

Privacy verklaring

Algemene voorwaarden

Personal brandend en made By Jenna © - 2025

bottom of page